Ongewenst gedrag en nu….

Bij alle soorten van dementie worden de hersenen aangetast. Hierdoor verandert het waarnemen, denken, voelen, willen en gedrag van deze persoon. In veruit de meeste gevallen is er sprake van een progressief verloop. Het gedrag kan problematisch worden, zodanig dat er ziektebeelden ontstaan die lijken op psychiatrische aandoeningen. In de eerste plaats zijn de locatie en ernst van hersenbeschadigingen bepalend voor het symptomenbeeld. Daarnaast kan dementie gepaard gaan met psychiatrische aandoeningen of dat deze aandoening weer naar boven komt uit iemands verleden. Bij ongeveer 90%, van de mensen met een vorm van dementie, is er op enig moment sprake van probleemgedrag. Liever gezegd, onbegrepen gedrag. Veel voorkomend is agressief of geagiteerd gedrag en apathisch gedrag. Dit gedrag naast de andere symptomen bij dementie zijn vaak de (dwingende) reden tot opname in een psychogeriatrische afdeling/instelling. Hoewel er richtlijnen zijn voor het behandelen van gedragsproblemen bij dementie blijft het een thema waar menig zorgprofessional mee worstelt.

Het protocol dat wordt gevolgd als een bewoner onbegrepen gedrag vertoond dat als belastend wordt gezien voor de persoon zelf en/of zijn/haar omgeving heb ik hieronder, in grote lijnen, beschreven.

Het (probleem-)gedrag wordt multidisciplinair behandeld. Verzorgenden zijn vaak de eerste dit gedrag opmerken en rapporteren. Vervolgens wordt het gedrag in kaart gebracht en omschreven, volgens een methode die passend is bij het geconstateerde type van probleemgedrag en mogelijkheden binnen de zorginstelling. Na de rapportage van het gedrag worden, onder leiding van de specialist ouderengeneeskunde, de volgende twee stappen genomen. De eerste stap is, kijken of het gedrag door lichamelijke ongemakken veroorzaakt kan worden. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld door pijn bij blaasontsteking of obstipatie. Indien een lichamelijke klacht zich openbaard wordt deze behandeld. Mocht het gedrag niet verbeteren of wordt er geen aanwijzing gevonden voor lichamelijke ongemakken dan volgt de tweede stap. Er wordt gekeken naar psychische lijden, veroorzaakt door een aanwijsbare reden zoals delier of depressie. Mocht dit zo zijn, dan wordt dit behandeld. Als er onvoldoende aanwijzingen zijn voor lichamelijke of psychische problematiek dan wordt de psycholoog ingeschakeld voor het verder in kaart brengen van het probleem en geven van gerichte persoonlijke benaderingsadviezen. Niet medicamenteuze interventies hebben de voorkeur en worden uitgebreid beschreven in de richtlijn van de VN&N. Een voorbeeld hiervan is dat muziek een overwegend positief effect heeft bij agitatie. Mochten de effecten uitblijven of onvoldoende zijn dan wordt een medicamenteuze behandeling overwogen. In ernstige, acute situaties, waarbij niet kan worden afgewacht, wordt vaak direct gestart met een medicamenteuze behandeling.

Medicamenteuze behandeling dient goed te worden gemonitord. Dit voor de mogelijke bijwerkingen en risico’s. Hieronder ga ik hierop nog wat dieper in. Belastende en ernstige bijwerkingen, zoals sufheid, extrapiramidale verschijnselen en parasympatische bijwerkingen, zijn mogelijk bij psychofarmaca. Een extra punt van aandacht is een mogelijk veranderde gevoeligheid en een veranderd metabolisme. Het risico op interacties en ongewenste bijwerkingen wordt verhoogd bij co-medicatie van somatische klachten. Verder is er vaak sprake van een verminderde nierfunctie. Door de grote inter-individuele spreiding bij ouderen wordt de dosering van medicatie extra bemoeilijkt. Het psychofarmacagebruik in Nederlandse verpleeghuizen kan enorm verschillen. Uit de praktijk blijkt dat psychofarmaca op grote schaal te vaak en te lang worden voorgeschreven. Er zijn situaties in de praktijk, zoals te hoge werkdruk, die mogelijk probleemgedrag kunnen veroorzaken of in stand houden. Door de bezuinigingen in de zorg wordt hoge werkdruk steeds vaker aangegeven onder de zorgprofessionals.

Het kennen van een mogelijk aanleiding/oorzaak van het gedrag geeft meer mogelijkheden tot het vinden van de juiste interventie. Mogelijke oorzaken van onbegrepen gedrag:

  • Interactie medebewoners / zorg
  • Hoofdpijn (door organisch (hersen-)lijden)
  • Ervaringen/trauma’s in voorgeschiedenis
  • Onvervulde behoefte
  • Lichamelijke conditie / beperkingen
  • Interactie familie
  • Recente verlieservaringen

Probleemgedrag is belastend voor de persoon met dementie en kan de kwaliteit van leven verminderen. Daarnaast is het ook belastend voor familie, verzorgenden en medebewoners. Bij verzorgenden kan het leiden tot verhoogde werkdruk en verminderde werktevredenheid. Verder kan het leiden tot het gebruik van psychofarmaca en/of vrijheidsbeperking. Bij belevingsgerichte zorg worden de mensen met dementie begeleid in het omgaan met de cognitieve, emotionele en sociale gevolgen van de ziekte door het aanpassen van de zorg op ieders individuele mogelijkheden en subjectieve beleving. Door de afstemming op de individuele behoefte kunnen sociale contacten verbeteren en probleemgedrag afnemen. Deze individuele zorg laat zich goed aanvullen met tal van psychosociale interventies. Een ander voordeel van belevingsgerichte zorg is, dat het zowel de patiënt als de zorgverlener meer voldoening geeft dan traditionele en rationele werkwijzen.

Voordelen van belevingsgerichte zorg in verpleeghuizen zijn: meer rust en betere stemming van bewoners, meer betrokkenheid en enthousiasme bij familieleden, betere werksfeer voor verzorgenden en meer liefdevolle zorg. Er is ruimte voor initiatieven en de ervaren werkdruk neemt af. In deze ruimte voor initiatieven kunnen wellicht mogelijkheden liggen voor complementaire behandelingen die nu nog niet worden toegepast in zorginstellingen, zoals homeopathie.